Forensische geneeskunde

Doelstelling

Adequate medische zorg verlenen of expertise geven op afroep van politie en justitie. 

Inleiding

Er doen zich regelmatig situaties voor waarbij politie en justitie behoefte hebben aan medisch advies of nader medisch onderzoek. De GGD levert via het product Forensische Geneeskunde de hiervoor vereiste expertise. Daartoe opgeleide forensische artsen van de GGD worden opgeroepen wanneer dit nodig is. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer sprake is van een niet-natuurlijk overlijden als gevolg van een ongeluk, suïcide of misdrijf. Ook wordt de GGD opgeroepen wanneer arrestanten of personen die op andere wijze met politie en justitie te maken hebben onwel worden en/of medische zorg nodig hebben. Veelal speelt zich dit werk buiten kantoortijden af. Er is daartoe een 24/7 piketregeling opgesteld.

 

De Wet op de Lijkbezorging (WodL) geeft aan dat een behandelend arts verplicht is om een gemeentelijk lijkschouwer (en in deze dus de forensisch arts van de GGD) in te schakelen, als hij/zij er niet ten volle van overtuigd is dat er sprake is van een natuurlijk overlijden. In de praktijk gaat het daarbij vooral om suïcides, ongevallen en euthanasie. Maar ook geweldsdelicten, medische fouten en lijkvindingen (datum en/of plaats van overlijden onbekend) behoren tot het werk van de gemeentelijk lijkschouwer. In het verlengde hiervan (maar niet als zodanig benoemd in de WodL) doet de forensisch arts op verzoek van de politie of Justitie ook bloed-  en urineproeven, DNA-afnames, letselbeschrijvingen en onderzoek bij zedenzaken. Juridisch gezien dienen deze verrichtingen door een objectieve en onafhankelijke arts uitgevoerd te worden. Dit mag dus niet een/de behandelend arts zijn. Wat betreft de arrestantenzorg zijn de medische vragen tweeledig. Enerzijds kan het zijn dat de politie/Justitie om een medisch oordeel vraagt, bijvoorbeeld t.a.v. detentiegeschiktheid bij dronkenschap. Dit is voorbehouden aan een forensisch arts, die gekwalificeerd is om politie/Justitie hieromtrent te adviseren. Anderzijds vragen ook arrestanten zelf om een arts, bijvoorbeeld t.b.v. klachten of hun medicatie. Dit soort verzoeken kan in theorie ook door een/hun huisarts afgehandeld worden, maar wordt in de praktijk ook door de forensisch artsen uitgevoerd. Om organisatorische redenen bestaat de afspraak dat ook mensen die in verzekering gesteld zijn en/of zich in een politiecel bevinden, ‘curatief’ onder de forensisch arts vallen.

Bij euthanasieën doet de gemeentelijk lijkschouwer direct na het overlijden een onderzoek naar de omstandigheden, de indicatie en uitvoering ervan. Dit gebeurt namens de Officier van Justitie, die de conclusies van de gemeentelijk lijkschouwer nodigt heeft om het lichaam vrij te kunnen geven bij dit niet-natuurlijk overlijden. De forensisch arts vult in dit geval de benodigde overlijdenspapieren in en verzamelt relevante documentatie voor de Toetsingscommissie euthanasie, die de euthanasie (of hulp bij zelfdoding) achteraf inhoudelijk beoordeelt. Deze werkwijze is als zodanig vastgelegd in de Wet toetsing levensbeëindiging.

Wanneer een forensisch arts bij een overlijden geconfronteerd wordt met de wens voor orgaandonatie, dan handelt hij/zij dat af volgens de Wet op de orgaandonatie.

Wettelijk kader

Relatie met diverse wetten, zoals Politiewet, Wet op de Lijkbezorging, Wet toetsing levensbeëindiging en Wet op de orgaandonatie.